Het stormt

‘Hé, maar hoe gaat het nu met je?’ vraag ik een vriendin. ‘Het stormt.’ zegt ze. Ik kijk naar buiten. De takken van de bomen zwiepen alle kanten op en de eenzame fietser heeft moeite het stuur recht te houden en gaat in langzaam tempo tegen de wind in.

‘Ja, het stormt nogal’. ‘Néé ’, zegt ze, ‘het storm in mijn hoofd.’

Ik kijk naar haar en zie nu de wat verwarde blik in haar ogen en ze zucht diep. Een buitenstaander kan niet aan haar zien dat het stormt in haar hoofd, maar dat doet het wel. Ze staat onder grote spanning en er gebeurt van alles waar ze wel controle over wil hebben, maar waar ze geen controle over heeft, waar ze geen grip op krijgt.

‘Het voelt alsof de tuinstoelen door de tuin vliegen en ik kan alleen maar toekijken,’ zegt ze en ze vertelt me haar verhaal.

‘Ik vind dat je het super doet’, zeg ik. Ze kijkt me vragend aan.

‘Dat je toekijkt betekent dat je je niet laat meeslepen door de storm. Je observeert het en al snap ik je gevoel van machteloosheid, straks gaat de storm ook weer liggen. Iedere storm gaat uiteindelijk weer liggen.’ ‘Pfff,’ zegt ze, ‘het zal wel. En als de storm weer gaat liggen? Wat dan?’ ‘Dan ga je de schade opnemen. Je zet de stoelen weer overeind. En als er een stoel stuk is of beschadigd, dan ga je kijken of je hem zelf kan repareren of dat je iemand nodig hebt om je hierbij te helpen’.

‘Hmn’ Na enig stilzwijgend naar buiten kijken zegt ze: ‘Ik denk dat ik in een flinke Nederlandse storm zit, windkracht 10. Geen orkaan of Typhoon. Dus ik denk dat de schade uiteindelijk ook wel te overzien is. Maar het stormt wel.’

‘Misschien moeten wij onze eigen stormen ook namen gaan geven,’ zeg ik. ‘Dan kun je vragen hoe het met Jan gaat, in plaats van het vage ‘hoe gaat het nu met je’. ‘Ooooh Jan, ja die is nu een zacht briesje, gaat best goed. Of Harry. Ja, Harry. Ja, die klinkt lekker onschuldig, maar die begon als briesje en is inmiddels een ware orkaan!’

We maken allemaal stormen mee in ons leven. Grote en kleine. Soms laat je je meenemen door de storm en vlieg je alle kanten op. Soms bekijk je de storm van een afstandje en probeer je in te schatten hoe heftig de storm is.

En soms besef je dat je middenin de storm zit en bevind je je opeens in het oog van de orkaan. De enige plek waar het stil is terwijl je alles aan je voorbij ziet razen en jij naar boven kijkt en het eerste stukje blauwe lucht ziet.

‘Ik noem mijn storm Thomas,’ zegt ze. ‘Waarom? Zo heet mijn tandarts ook. Ik heb er nooit zin in maar kom er nou eenmaal niet onderuit. En als het straks klaar is ben ik er voorlopig weer even vanaf.’

We kijken uit het raam terwijl Storm Thomas nog even door raast, net als de storm buiten.

Ik zie dat de eerste zonnestralen alweer door proberen te breken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *